"Je geeft niets aan de armen; je deelt iets met hen."
- Dalai Lama
Ja, ik wil op de hoogte blijven van de activiteiten van het Huis voor Zingeving en de gratis nieuwsbrief ontvangen.

Joseph Ratzinger is zowel theoloog als filosoof en wordt door vriend en vijand geroemd als een van de beste actuele katholieke theologen. Hij is spreekbuis van een behoudsgezinde en orthodoxe strekking binnen de R.K. Kerk. Hij distantieert zich van het (neo)Thomisme maar getuigt tegelijk van een sterk geloof in de rede (God als Logos). De strijd tegen het eenzijdige rationalisme, het materialisme, het subjectivisme en het relativisme loopt als een rode draad door zijn werk (Hij is auteur van zo'n 25 boeken). Maakte hij voorheen een progressieve indruk, het woelige einde van de jaren '60 heeft geleid tot een verandering in zijn denken en een afkeer van de 'progressieve vleugel' van de theologie en de Kerk. Hij bewaakt de zuiverheden van de R.K.leer op een volgens velen 'aartsconservatieve' manier. Progressieve theologen als Hans Küng, Edward Schillebeeckx en Jacques Dupuis werden op het matje geroepen en de marxistisch georiënteerde bevrijdingstheologie werd bestreden.
Voor Ratzinger is verzoening tussen geloof en rede steeds een belangrijk streefdoel. De rede en het geloof zijn op elkaar betrokken en moeten elkaar begrenzen. Ratzinger is een apologeet van de redelijkheid van het christelijk geloof. De God van het christelijk geloof is een redelijke God. De schepping is doortrokken van de natuurwet, van een goddelijke Logos, die de mensen via het gebruik van hun rede op het spoor komen. Het christelijk godsbeeld is het beeld dat door de Griekse filosofie is beïnvloed. Filosofische interpretaties van het christendom zijn daarom niet nutteloos, zo stelt hij. Tegenover de rede die doof is voor het goddelijke houdt Ratzinger een pleidooi voor een 'uitbreiding' van het begrip en gebruik van de rede, zodat ook 'fundamentele vragen' aan bod kunnen komen.
De rede moet 'haar zelfopgelegde (sciëntistische) beperkingen overwinnen'. Ratzinger verzet zich tegen een God die boven de rede zou staan, want dat zou alleen maar leiden tot een God(sbeeld) van willekeur, die niet aan de waarheid en het goede gebonden is. God is Logos en wie niet volgens de rede handelt, is in strijd met het wezen van God, stelt hij. Ratzinger bekritiseert het sola scriptura en het sola gratia (Alleen door de Schrift en de Genade bereiken we het heil HP). Het lijkt er sterk op dat hij deze sola's zou willen aanvullen zoniet vervangen door een sola ratio. (alleen door de rede)
Beweren dat je het denken terzijde moet schuiven om het geloof een plaats te geven, zoals de protestantse filosoof Kant suggereert, is volgens Ratzinger 'vloeken in de kerk '. T.a.v. de rede en de Verlichting neemt Ratzinger dus een genuanceerde en dubbele positie in. Nu eens verdedigt hij de Verlichting, dan weer neemt hij er kritisch afstand van, afhankelijk van het onderwerp. Maar het is duidelijk dat zijn kritiek op de zelfgenoegzame rede géén terugkeer impliceert naar de ideeën van vóór de Verlichting. Ook m.b.t. de politieke orde vertoont hij geen spoor van heimwee naar de periode van vóór de Verlichting. We moeten de erfenis van de Verlichting en het belang van vrijheid niet afwijzen, maar wel corrigeren op drie punten.
(1) We moeten aanvaarden dat (morele) wetten niet steeds in tegenspraak zijn met vrijheid, maar een essentiële voorwaarde tot vrijheid zijn.
(2) We moeten erkennen dat elk utopisch (ideologisch) streven om in deze wereld het perfecte rijk van de vrijheid te creëren, bij voorbaat gedoemd is te mislukken.
(3) De idee dat de rede en het politieke aan zichzelf genoeg hebben en absoluut autonoom kunnen functioneren berust op een misvatting.
De menselijke rede kan niet zonder houvast van de grote religieuze tradities van de mensheid. De Staat zelf kan onmogelijk bron van waarheid en moraal zijn. Om een betekenisvolle vrijheid te realiseren heeft de Staat niet genoeg aan zichzelf, maar is ze afhankelijk van morele inhouden die van buitenaf komen. Dit buitenaf valt niet samen met de 'zuivere rede'. Ratzinger ziet het christelijk geloof als universele redelijke religieuze traditie als een belangrijke bron van waarheid en moraal. De democratie is gebaseerd op een voorgegeven Logos, een (natuur)wet die aan elk positief recht voorafgaat. De Kerk mag daarom niet samenvallen met de Staat. De Kerk staat buiten de Staat en moet op krachtige wijze zichzelf zijn, zodat haar morele waarheden kunnen afschijnen op de Staat en de burger. De Staat mag de godsdienst niet voorschrijven, maar moet de vrijheid en de vrede van de aanhangers van de diverse godsdiensten waarborgen.
Bron: Jürgen Habermas & Joseph Ratzinger.((2009).Dialectiek van de secularisering; over rede en religie. Klement/ Pelckmans.
Geplaatst op 14/10/2011
door Hans Pijnaker
Klik hier voor de huisregels.
Klik hier om terug te gaan naar "Recente berichten"
© 2012 Huis voor Zingeving
Huize Nieuwenhof • Kloosterdreef 4, 5066 AA Moergestel (NL) • info@huisvoorzingeving.nl Powered by SiteSpirit